In 1857 is hij onbezoldigd opziener der jagt en visscherij te Nuis, gemeente Marum (prov. Groningen). Hij ontvangt dan een gratificatie van f 40, ter zake van aan de justitie bewezene diensten als rijksveldwachter.
Hij wordt hier Jan Alberts Palsma genoemd, dus misschien gaat het om een andere Jan Palsma.