|
|
 1668 - 1739 (71 jaar)
-
| Naam |
Peter Carels Landsheer |
| Geboorte |
26 jan 1668 |
Kropswolde (Gr.) |
| Doop (CHR) |
26 jan 1668 |
Kropswolde (Gr.) |
| Geslacht |
Mannelijk |
| Overlijden |
4 mei 1739 |
Kropswolde (Gr.) |
| Persoon-ID |
I806 |
Stamboom Landsheer |
| Laatst gewijzigd op |
1 jan 1970 |
| Gezin 1 |
Hillechien Egberts, geb. vóór 1671, Wagenborgen (Nieuw-Scheemda) ovl. 18 aug 1710, Kropswolde (Gr.) (Leeftijd > 39 jaar) |
| Huwelijk |
10 mei 1691 |
Kropswolde (Gr.) |
Type: civil
|
| Kinderen |
| | 1. Carel Landtheer, geb. 18 dec 1692, Kropswolde (Gr.)  |
| | 2. N.N. Landsheer, geb. vóór 28 okt 1693, Foxhol ovl. 28 okt 1693, Foxhol (Leeftijd > 0 jaar) |
| | 3. Trijntien Landsheer, geb. 26 mei 1695, Kropswolde (Gr.) ovl. 28 mei 1695, Kropswolde (Gr.) (Leeftijd 0 jaar) |
| | 4. Egbert Luichies Landsheer, geb. 2 mei 1697, Kropswolde (Gr.)  |
| | 5. Trijntien Landsheer, geb. 21 aug 1701, Kropswolde (Gr.)  |
| | 6. Jan Peters Landsheer, geb. 24 sep 1702, Kropswolde (Gr.)  |
| | 7. Teettien Landsheer, geb. 17 mrt 1709, Kropswolde (Gr.)  |
| | 8. Trijntien Landsheer, geb. 8 feb 1711, Kropswolde (Gr.)  |
| | 9. Teetien Landsheer, geb. 23 jul 1713, Kropswolde (Gr.)  |
| | 10. Lubbert Landsheer, geb. 5 sep 1723, Kropswolde (Gr.)  |
|
| Gezins-ID |
F2572815168 |
Gezinsblad | Familiekaart |
| Gezin 2 |
Trijntien Lubberts, geb. vóór 1691, Foxhol ovl. ca. 26 sep 1729, Kropswolde (Gr.) (Leeftijd > 38 jaar) |
| Huwelijk |
26 apr 1711 |
Kropswolde (Gr.) |
Type: civil
|
| Kinderen |
|
| Gezins-ID |
F2592322635 |
Gezinsblad | Familiekaart |
-
| Aantekeningen |
Bij de doop wordt hij 'Carol Lantsheers [kind] Peter' genoemd.
Bij het huwelijk met Hillechien wordt hij 'Peter Carels Landtsheer van Foxhol' genoemd.
Bij het huwelijk met Trijntien wordt hij 'Peter Karels' genoemd.
Dit is een duidelijke illustratie hoe de familienaam vervangen wordt door een patroniem.
In 1694 vergoedt de diaconie 4 gld. 10 stuiver voor gemaakte schoenen ten dienste van de armen.
Op 29-03-1704 wordt het overlijden vermeld van 'Peter Carels soontien'. Het is onduidelijk of dit Egbert of Jan is of een onbekend kind.
Op 12-06-1705 wordt in de Handelingen in het Kerkeboek van Kropswolde de 'quade bejegening' vermeld die de pastor ten deel viel ten huize van Peter Carels: er vallen vloeken Peter dreigt zelfs met moord. Aanleiding is de belofte van zijn moeder aan d
e diaconie van 20 Carolus gulden: Peter heeft het geld nu zelf nodig. De diaken en een ouderling worden op Peter afgestuurd om uit te zoeken hoe serieus zijn dreigement is.
Bij de financiële verantwoording van de diaconie vinden we inderdaad terug: 'De somme van 20 car.gl verlooft van Meteet wed.Carel Landsheer.'
Verder is opm11-03-1706 sprake van een lening van 10 car.gl. aan Peter en Hillechien, terug te betalen met rente. Het bedrag dient voor de eerste termijn van een gekochte schuit.
In 1710 doet de diaconie verscheidene uitkeringen aan Peter wegens krankheit van zijn vrouw: in juni en juli 14 gl 8 st.; 14-09-1710 voor brood en melk 6 gl. 8 st., daarna nog voor 3 weken brood en melk: 2 gl. 3 st. en op 14-12-1710 voor 6 weken broo
d: 1 gl. 16 st.
Op 12-09-1710 wordt naar aanleiding van de dood van Peters vrouw Hillechien in het Kerkeboek het een en ander vermeld. Hieruit blijkt dat zij uit Wagenborgen komt (in de buurt van Nieuw-Scheemda). Blijkbaar wil de kerkeraad nu onderzoeken of de aan h
et gezin gedane uitkeringen op Hillechiens ouders te verhalen zijn.
In 1711 wordt opnieuw aan het gezin voor brood uitgekeerd: 10 gl. 12 st.
In 1712 wordt aan Peter Karels 'tot een schuitte geleent met sijn toehaken d' somme van 47 gl. 16 st. 4 d.'
In 1713 wordt aan Peter Karels kinderen 1 gl. 6 st. uitgekeerd voor het maken van kleren.
In 1715 wordt aan Peter Karels uitgekeerd 50 gl. 18 st. t.b.v. de 1e termijn van een schuit.
In 1716 wordt aan Hindric Oomkes 20 gl. uitgekeerd voor het maken van Peter Karels schuit.Ook andere uitkeringen t.b.v.de schuit worden aan Hindric Oomkes gedaan, nl. 45 gl. 16 st.
Op 08-03-1716 zijn er plannen om het huisje van Peter Carels te Foxhol te herstellen (het huis is 'aengehandelt' van de diaconie; blijkbaar heeft deze dus het beheer o.i.d.).
Het wordt raadzaam geacht dit eerst te bespreken met de Ambtman, 'om gewapent t'sijn tegens d' insulten van Peter Carels'.
In 1717 wordt aan Peter Karels 2 gl. 6 st. uitgekeerd omdat zijn 'snabbe' twee maal op de helling is geweest.
Op 12-03-1717 dient een ouderling te Foxhol een vader te vermanen wegens buitensporige dronkenschap bij de doop van zijn kind; de ouderling dient tegelijk te verhoeden dat bij de aanstaande doop van Peter Karels kind deze hetzelfde wangedrag zal vert
onen.
Op 25-07-1717 wordt de schuit van Peter voor 36 car.gl. verkocht (de verkoop geschiedt blijkbaar door de diaconie en de opbrengst lijkt ook - grotendeels - aan de diaconie ten goede te komen).
In 1719 wordt aan Peter Karels 13 gl. 6 st. uitgekeerd 'tot 't timmeren sijner schuite'.
In 1720 ontvangt de heer Ambtman 19 gl. wegens onkosten 'op d' hoeck in Peter Karels saken.'
Op 04-05-1722 wordt het overlijden vermeld van 'Peter Karels kint'. Het is onduidelijk om welk kind het gaat.
In 1729 keert de diaconie aan Peter Karels 1 gl. 2 st. uit wegens ziekte van zijn vrouw.
Op 12-12-1732 wordt de buitenechtelijke bevalling van Maria Kuilman vermeld. Het wordt haar kwalijk genomen dat zij hierover geen spijt betoonde; ook haar broer en zus krijgen een veeg uit de pan, evenals Peter Karels dochter die in haar gezelschap
verkeerde. (Waarschijnlijk gaat het hier om Teetien, geb. 1713).
Op 12-07-1733 wordt gesproken over het 'opmaken' (verbouwen?) van Peter Karels kamer tot een woning voor Joh. Kinchma en zijn vrouw. Op 11-09-1733 is de vertimmering achter de rug. Het lijkt erop dat het gaat om een aanbouw aan de woning. Aan verschi
llende ambachtslieden wordt in totaal 31 gl. 17 st. uitgekeerd.
In 1735 wordt aan Jacob Itskes 8 gl. 8 st. uitgekeerd t.b.v. kleren voor Peter Karels en zijn zoon. Voor brood krijgt Peter 2 gl. 16 st.; voor het inleggen van een balk in zijn huis wordt 2 gl. uitgekeerd.
In 1736 krijgt Peter 18 gl. uitgekeerd voor brood.
In 1737 krijgt hij hiervoor 9 gl. 2 st. uitgekeerd.
In 1744 (dus vijf jaar na Peters overlijden) wordt vermeld: 'Petr K. z nieuw hembden laten maken.'
In 1745 wordt vermeld: 'Petr Carels sijn schoolgelt 15 gl. 4 st.' Ook is er een kostenpost van 16 gl. 14 st. m.b.t. kostgeld voor Peter Carels. Betekent dit dat er een zoon is die ook Peter heet?
|
|