|
|
 1757 - 1825 (68 jaar)
-
| Naam |
Henricus Antonius Schlosser |
| Geboorte |
12 mei 1757 |
Doesburg |
| Geslacht |
Mannelijk |
| Overlijden |
21 sep 1825 |
Zwolle |
| Persoon-ID |
I467 |
Stamboom Landsheer |
| Laatst gewijzigd op |
1 jan 1970 |
-
| Aantekeningen |
Van http://guttapercha.nl/pg.htm#BM1:
---------------------------
Heeft tot 1795 gediend bij het korps van Randwijk later het korps van Welderen.
(tekst uit stamboeken,staat van dienst)
Tambour regiment Randwijk 1 april 1772
Corporaal---------------- 2 Nov 1777
Sergeant ----------------20 Maart 1785
Serg Majoor 3e Bat 57 Brigade 5 July 1795
Luitenant adjudant Compagnie Grenadiers 19 Jan 1796
1e Luitenant -------------------- 21 Sept 1801
Retraitte -------------------- 17 Jun 1806
(Veldtochten)
De veldtocht in brabant 1793-1794
Geénbargueerd ter vrede Texel 1797
Tegen de engelsen in noordholland 1799
Belegering voor Wurtzburg 1800
Geénbargueerd ter vrede Texel + tegen oostenrijk 1805
Tegen de Pruisen en de Zweden 1806-1807, gedoopt (Rooms) op 13-05-1757 te Doesburg, overleden op 21-09-1825 om 18.00 uur te Zwolle op 68-jarige leeftijd. Tijdens de Franse bezetting van Zaltbommel van 27 dec 1794 tot 18 dec 1813, hebben de Fransen i
n 1810 een volkstelling gehouden. In die tijd woont zijn vrouw met drie kinderen en een zuster van zijn vrouw genaamd, Wilhelmina Rouw op één adres. Johanna heeft voor dat zij met hem trouwt al een buitenechtelijk kind (vermoedelijk naar de namen te
oordelen al van Antonie).
------------------------------------
Rekest van H.A. Slosser aan de gemeente Zwolle:
------------------------------------
MAANDAG DEN 28 DECEMBER 1812
Heeren gecommiteerden tot de financien hebben de eer ter vergadering te raporteren dat zij geexamineerd hebbende de in hunne handen gestelde rekweste van den Heer H.A.Schlosser daarbij in substantie voordragende: dat hem bij zijne aanstelling tot pla
atselijke Adjudant Major en Kazernier in den Jare 1809 mede zoude zijn opgelgt de waarneming van den post van Adjudant & Major bij de toenmalige gewapende burgermagt huizen eene opschrijving heeft gedaan voor de Burgerwapening en onderscheidene zitti
ngen heeft gehouden tot het opschrijven der genen die contributiën wenschten te betalen,waarvoor hem een honderd guldens hat toegelegt doch waarvan hij slechts de helft zoude hebben ontvangen, verzoekende alzoo dat
eedelachtb: die order zult gelieven te stellen dat aan hem remonstrant worden uitbetaald de hem nog competerende twee honderd guldens als Adjudant Major van de gewapende burgermagt en vijftig guldens voor het opschrijven der ingezetenen voor de natio
nale gardes.
En het voor het aanwerven van achtenzeventig rekruten voor den jare 1809
eene fortabele belooning worde toegelegen
Het hun heeren uit genomineerden informatien(laatste is niet duidelijk te lezen) is gebleken wat de eerste ....... betreft aan den remonstrant voor de waarneming van den post Adjudant Major wel mondeling eene belooning is toegezegd, zonder dat zij he
eren echter met juistheid het bedrag daarvan
hebben kunnen ontwaren dat ook deze belooning uithoofde van het ontoereikende der ingevorderde contributien maar uitdezelve zoude moeten vallen,aan hem niet is uitbetaald,dat ook de door den remonstrant opgegeven opschrijving werkelijk is geschied, d
an Heeren raportanten ook geen bewijs heeft kunnen worden geproduceerd, waaruit de alnog resterende pretensie van den Remonstrant zoude kunnen constateren eindelijk dat de Remonstrant ook werkelijk als stads Adjudant Major met het oppertoezigt der do
or hem opgegeven rekruten is belast geweest bij resolutie van burgemeester en wethouders van den 18 augst 1809.
Dat echter ook van den anderen kant de remonstrant alnog aan de stad verschuldigd is de aan hem bij resolutie van deze vergadering van den 15 november 1807 opgelegde som van een honderd guldens,dat er op de begrotingen geene posten voorhanden zijnde
waaruit dit rekmestraats pretensien zoo dezelve voor het geheel al wettig zijn zullen kunnen worden betaald, Heeren raportanten geen ander middel is voorgekomen, dan om met denzelven daar over te convenieren, waartoe Heeren gecommitteerden vermeenen
dat de remonstrant wel te permaveren zal zijn.
Waarom zij Heeren verzoeken daartoe te worden geauctoriceerd in gegualificeerd den Remonstrant de door hem aan de stad verschuldigde F100.=
diendvolgend te remitteren.
Als goedgevonden: voorschreven rapport te agreëren en in eene resolutie van deze vergadering te converteren.
------------------------------------
|
|