|
|
 ca. 1722 -
-
| Naam |
Jan Franciscus de Landsheer |
| Geboorte |
ca. 1722 |
Overmere |
| Geslacht |
Mannelijk |
| Persoon-ID |
I3266 |
Stamboom Landsheer |
| Laatst gewijzigd op |
1 jan 1970 |
| Gezin |
Joanna Maria Heyvaert, geb. vóór 1725, Opwijk (B)? |
| Huwelijk |
12 jun 1744 |
Opwijk (B) |
Type: civil
|
| Kinderen |
| | 1. Jan Philippus de Landsheer, geb. 14 apr 1745, Opwijk (B)  |
| | 2. Jacobus de Landsheer, geb. 25 jan 1747, Opwijk (B)  |
| | 3. Paulus Franciscus de Landsheer, geb. 1 apr 1749, Opwijk  |
| | 4. Joanna Theresia de Landsheer, geb. 5 apr 1751, Opwijk (B)  |
| | 5. Jan Hubertus de Landsheer, geb. 17 feb 1753, Opwijk  |
| | 6. Catharina Paulina de Lantsheer, geb. 28 jan 1756, Opwijk ovl. 23 sep 1826, Hekelgem (Leeftijd 70 jaar) |
| | 7. Joanna Maria de Landsheer, geb. 25 mrt 1759, Opwijk (B)  |
| | 8. Wilhelmus Josephus de Landsheer, geb. 21 sep 1761, Opwijk (B) ovl. 1818, Opwijk (B)? (Leeftijd 56 jaar) |
| | 9. Anna Paulina Francisca de Landsheer, geb. 30 jun 1765, Opwijk  |
|
| Gezins-ID |
F3911200541 |
Gezinsblad | Familiekaart |
-
| Aantekeningen |
Griffier.
Uit Geschiedenis van Opwijk:
In 1697 nam Jan Bauwens, uit Berlare, de opvolging over van den overleden griffier Jan B. van Hoorenbeke. Hij bleef dit ambt waarnemen tot 4 Okt. 1743, wanneer hij het afstond aan zijn 21-jarigen klerk Jan Frans de Lantsheere, geboortig van Overmere
. Bauwens overleed den 20 Nov. 1747 en werd op het hoogkoor bijgezet. Hij woonde, evenals eenige van zijn voorgangers, op de « borcht »; hij liet zijn huis met heel den inboedel aan de Lantsheere over. Gedurende zijn bijna 50-jarig griffierschap spee
lde hij een belangrijke rol in de Opwijksche geschiedenis.
Jan Frans de Lantsheere was een dorpsgenoot van meier de Lausnay; in het zelfde jaar treden beiden in hun ambt en dit tweespan van verstandige, krachtige mannen verzekert aan O p w ij k, gedurende een halve eeuw, een wijs en doortastend bestuur.
Bij diploma van 6 Oktober 1762 van keizerin Maria-Theresia verkreeg de
Lantsheere, mits betaling van een som van 10.000 guld., dat zijn ambt zou erfelijk worden, in den vorm van een allodiaal goed. Van toen af voert hij den titel van « erfelijk griffier •». In 1773 benoemde Maria-Theresia hem tot griffier van het Leenho
f van Dendermonde. Met zijn vrouw, Joanna-Maria Heyvaert, stichtte hij, in de kerk van Opwijk, het Zaterdagsch lof. Hij overleed den 22 Juli 1781.
Het erfelijk griffierschap te Opwijk kwam eerst door vererving aan Constantijn Alexander van der Schueren, echtgenoot van Joanna-Theresia de Lantsheere, die het, op 5 Jan. 1784 afstond aan zijn schoonbroeder Willem-Jozef de Lantsheere, licentiaat in
de rechten van de Universiteit Leuven. Deze vervulde het ambt van griffier tot aan de afschaffing er van, op 16 Februari 1796.
|
|