Treffers 1,401 t/m 1,410 van 1,410
| # |
Aantekeningen |
Verbonden met |
| 1401 |
Wordt genoemd als getuige bij de doop van kleinzoon Lambertus op 19-12-1787 (ipv. grootvader zou hij ook oom van de dopeling kunnen zijn). | Gaalman, Arnoldus (I1490)
|
| 1402 |
Wordt genoemd in de overlijdensakte van haar 4 weken oude dochter. Ze zou ook dochter kunnen zijn van haar vaders tweede vrouw, maar omdat ze naar Johanna Graat is vernoemd is het waarschijnlijk dat ze daar naar is vernoemd en dat haar moeder bij de bevalling is overleden. | Palsma, Johanna (I1390)
|
| 1403 |
Wordt ook Maria Oostvogel genoemd; misschien is zij niet de echtgenoot van deze Joannes maar van de Johannes die in 1754 geboren is (deze is als kind met zijn ouders naar Raalte vertrokken, maar lijkt weer teruggekeerd naar Delden).
Genlias geeft voor Maria Oostvogel sterfdatum 20-09-1829, op 50-jarige leeftijd (dus geb. ca. 1779).
Volgens www.twentebestand.nl wordt ze ook wel Maria Winkel genoemd.
Hier wordt ze trouwens Maria Semmekrot (dus zonder 'Olde') genoemd en zou ze voor 1806 overleden zijn. Genlias geeft echter 08-02-1822 als overlijdensdatum.
In het RK Trouwboek van Delden wordt ze Maria Oostvogel genoemd, naar haar vorige man (net als voor Joannes is dit haar derde huwelijk).
In het Register van Aangegeven Lijken van Stadgericht Delden doet ene Maria Gaalman op 18-09-1806 aangifte van het overlijden van Gerrit Jan Oosvogel, oud 18 jaar. Dit zou onze Maria kunnen zijn; Gerrit Jan zou dan een zoon uit een eerder huwelijk moeten zijn.
| Olde Semmekrot, Maria (I144)
|
| 1404 |
Wordt ook wel Tjitske genoemd. | Palsma, Tijske Andles (I986)
|
| 1405 |
Wordt vermeld in 'De dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (1766-1856)':
M.b.t. de schade aangericht door een orkaan op 01-01-1834:
"Den 1 Januarij. Wij hebben gemeld dat de uitgang des voorgaanden jaars, door het ontstaan eener orkaan, ontzettend ware.
Deze orkaan bedaarde niet dan in den zeer vroegen morgen van heden; toen wij ons allen weder ter rust begaven; dog tusschen 5 en 6 uur 's morgens wierd ik uit den slaap gewekt, door een ongewoon heen en weder op straat loopen, roepen en schreeuwen, ik luisterde, ook begon de klok te kleppen, ik sprong uit het bed, en wekte mijn zoon en zijne vrouw, zeide hen dat er onraad ware, ik gegaf mij naar de voordeur en hoorde daar dat er brand was.
Wij kleeden ons, begaven ons buiten, van waar wij op de zoogenaamde kuipers hoek met de menigte welke te zamen vloeide, den brand zagen, en naar het gemeen oordeel, de watermolen van Sijbe Leegsma op Tjaard wel konde zijn; er wierd wel van uithalen des brandspuits gesproken, maar om dat men geen regt zekerheid hadde, wierd dit voor alnog uitgesteld.
Toen het dag wierd, kreeg men berigt dat de hegte molen 48 voet vlugt, waarschijnlijk door den bliksem ingeslagen en geheel verbrand ware. Opvolgende hoorde men: dat de kop van de watermolen van de wed. van Andries Smeding afgeworpen was, dat er bijkans geen huis of schuur onder dit behoor, meer en minder schade aan
de daken geleden hadden, dat sommige schoorsteenen geheel of ten deele afgeworpen waren, boomen omgeslagen, dat in de nieuwe huizinge van Jakob Palsma de glazen van een schuifraam met de vensters digt gesloten, uitgeslagen en verbrijzeld waren waar van de vensters afgerukt en de banden verbroken en verwrongen waren, en waar van het venster kleed van boven even als met een scheer afgesneden, agter op de schuur weder gevonden is, of dit door een rukwind, hoos of den bliksem veroorzaakt zij, wiste men niet, behalven het om ver werpen van aanzienlijke beschuttingen en andere schade te veel om te noemen."
Ook elders in dit document wordt hij een paar keer genoemd.
Bron: http://www.gemeentearchief.nl/html/1187/Hellema_-_dagboek_1834 | Palsma, Jacob Andeles (I934)
|
| 1406 |
Wordt vermeld in de Dagboeken van Doeke Wijgers Hellema (https://historischcentrumleeuwarden.nl/component/content/article/11-import/1058-hellema-verantwoording)
(D.W. Hellema was zijn buurman en mede-kerkvoogd).
In 1828 wordt vermeld:
"A. Palsma bouwt in de buren een aanzienlijk burger huizinge naast het schoolhuis op de groote buren, voornemens zijnde om het zelve nog in den loop van dit najaar met zijne vrouw met er woon te betrekken, latende zijne plaats en aanzienlijke boerderij aan zijn jongsten zoon over, welke zich in het Huwelijk staat te begeven"
(de jongste zoon is Dirk, die dan 23 jaar is; de oudere zoons hebben zich waarschijnlijk al elders gevestigd op dat moment).
In oktober 1837 vermeldt Hellema:
"Mijn medekerkvoogd en zwager A. Palsma vierde op den 21, de zoogenaamde gouden bruiloft, of zijn 50 jaren trouwdag; zij zijn na hunne jaren nog zeer vast, en inzonderheid hij, neemt nog zijne functien als assessor en kerkvoogd zonder eenige belemmering in den ouderdom van 78 jaren waar, men zoude hem aan te zien, voor een man van ongeveer 60 jaren achten.
Hij is in zijne menigvuldige bedieningen welke hij in onderscheidene betrekkingen gedurende zijn leven en vooral als boer waargenomen heeft, zeer werkzaam geweest. Hij leeft thans in het gebuurte, zonder eenige bedrijven als alleen het bovengemelde met zijne vrouw in stille rust, onder het overvloedig van de inkomsten zijner aanzienlijke goederen."
In 1840 wordt de openbare verkoop van een huis en schuur, behorende aan A. Palsma, vermeld:
"Gisteren, was er eene verkooping te Wirdum in de herberg, van eene boerehuizinge en schuur op de Werp onder Wirdumer behoor, voor ongeveer 20 a 30 jaren nieuw gebouwd, toebehorende aan A. Palsma, welke dezelve 1837 gekogt heeft, bij de verkoopinge van deze zathe en landen, voor de somma van 1837 Gulden, toen voornemens zijnde om eenige perchelen van de daarbij behorende landen te koopen, en die met zijne eigene losse landen in den omtrek gelegen te vermeerderen en alzoo daarvan weder een aanzienlijke plaats te maken, maar omdat dezelve zijns inziens te hoog liepen, liet hij die varen, alleen de huizinge en schuur behoudende, voor de gem. som waarop hij die beschreven hadde, zoo wilde hij thans deze weder openbaar te verkoopen door den notaris Albarda van Leeuwarden in 2 perchelen waarvan de schuur bij afbraak, blijvende het groote hornleger benevens de hovinge en den tuin bij de huizinge, ook de grond van de schuur moetende in Julij 1841 afgebroken zijn, bij deze veiling is op het eerste percheel de huizinge enz. 1151 Gld. geboden, en op de schuur 836 Gulden, zoodat deze verkoop de aankoop 150 Gulden overtreft, maar omdat de onkosten en de tegenwoordige verkoopingskosten, misschien nog wel 100 Gld. het profijtelijke te boven gaan, zonder de intressen te rekenen, zal gem. Palsma, nog aanzienlijke schade aangekomen zijn, ten ware, er verhoging geschiedde bij de finale palmslag, welke over 14 dagen zal gehouden worden, het is eigenlijk bedroevend, dat zulk een schoone hegte nieuwe gebouwde schuur met pannen gedekt alles nieuw van binnen en van buiten, buithuis stallingen etc. voor meer dan 50 beesten en waarin 300 weiden hooi konnen geborgen worden zal gesloopt worden tot de fondamenten toe, onder geheel Wirdum is er naauwelijks beter of sterker een schuur."
| Palsma, Andele Hendriks (I932)
|
| 1407 |
Wordt vermeld in de overlijdensakte van zijn dochter Helena. | Palsma, Pieter (I1139)
|
| 1408 |
Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. | Levend (I4127)
|
| 1409 |
Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Th%C3%A9ophile_de_Lantsheere
1871-1878 Belgisch Minister van Justitie. | de Lantsheere, Théophile Charles André (I4126)
|
| 1410 |
Zijn vader is bij zijn geboorte vrachtrijder. Hijzelf is de oprichter van het reisbureau Arke. | Arke, Fredrikus Aloijsius (I1523)
|
|